Spring naar inhoud

Themalunch ‘Familie’

In de forensische psychiatrie is het altijd afwegen: wat is het beste voor de patiënt en wat is het beste voor de samenleving? Behandelen en beveiligen gaan hand in hand en passen niet altijd door één deur. In de afgelopen themalunch spraken we over ‘familie’. 

Uit de dilemma's van onze werkvloer is gekozen om dit thema in een open moreel beraad uit te werken. Het was speciaal gericht op de dynamiek van familie en behandeling. Om dit beter te begrijpen zoomen we verder in op deze geanonimiseerde casus.

Casus over familie 

We schetsen een betrokken familie bij een patiënt die in het FPC verblijft, soms iets té betrokken. Deze mate van betrokkenheid doet iets met alle personen die betrokken zijn bij de casus. Het dilemma werd als volgt omschreven: behoor ik het huidige contact te handhaven of behoor ik het contact onder toezicht toe te staan?

Grote waarden onder vuur 

Enkele waarden die hier onder vuur lagen stonden hier recht tegenover elkaar. Denk aan efficiency tegenover ontwikkeling, loyaliteit tegenover duidelijkheid, samenwerking en duidelijkheid speelden bijvoorbeeld ook een rol.

Toezicht op bezoek familie?

De betrokkenen in de casus zijn de medewerker die twijfel heeft, de patiënt in kwestie en natuurlijk zijn familie et cetera. Uiteraard wilden de aanwezigen meer weten over de situatie. We geven een korte situatieschets om een beter beeld te krijgen. De aanwezigen wilden meer weten over de relatie tussen patiënt X en zijn familie. Wat het behandelperspectief van X is. Hoe het contact tussen x en het behandelteam is. Wat het beoogde effect van meer toezicht op dit bezoek is. Het bovengenoemde werd gedurende de vragenronde helderder. 

A of B?

In de fase waarin we gingen argumenteren waren de zwaarst wegende argumenten voor huidig contact handhaven (vanuit de inbrenger): ‘behandelrelatie goed houden’ en ‘privacy van patiënt en familie’. Privacy is natuurlijk een waarde op zich, bij behandelrelatie werd goede zorg genoemd. ‘Leerervaringen’ en ‘dialoog voor familie en patiënt’ pleitten voor contact onder toezicht, de daarbij genoemde waarden waren ontwikkeling en perspectief.

Vanuit het oogpunt van patiënt X om het huidig contact te handhaven werden als belangrijkste argumenten ‘het is mijn familie’ en ‘vrijheid van meningsuiting’ genoemd. De daarbij genoemde waarden waren loyaliteit en vrijheid. Wat pleitte voor contact toestaan vanuit X waren de argumenten ‘help mij’ en ‘geef mij duidelijkheid’. De daarbij genoemde waarden waren goede zorg en duidelijkheid.

Conclusie

Bij de conclusie was er geen unanimiteit bij de deelnemers, maar dat hoeft ook niet. Het blijft bij een moreel beraad kiezen uit ‘twee kwaden’, waarbij je uiteraard wel gaat onderzoeken hoe je aan de schade tegemoet kunt komen.

Bij het handhaven van het huidige contact werd door een aantal deelnemers die de casus goed kennen genoemd dat deze ‘status quo’ al heel wat is. Hier wijzigingen aan toebrengen middels toezicht zou alleen maar meer onrust met zich mee kunnen brengen.

Mocht er toch voor een vorm van toezicht gekozen worden dan is het heel belangrijk om te bekijken hoe dit toezicht er dan uit komt te zien.

Als alternatief werd nog een relatie en/of systeemtherapie voor patiënt X en zijn familie genoemd.

Binnen het FPC komen dergelijke dilemma’s met enige regelmaat voor. Het is en het blijft natuurlijk altijd maatwerk, met daarbij altijd de vraag: wat is het juiste om te doen? Moreel beraad kan een goede gespreksvorm zijn om deze vragen te onderzoeken.